New materialism

Lidewij Edelkoort, dé moeder aller trendwatchers, onthulde op dinsdag 14 juni haar jaarlijkse blik op de trends voor 2018. Als dolgelukkige eigenaar van een ticket voor de alles belovende lezing stond ik (Hilde) s’middags op de stoep van het Miele Experience Center te Vianen.

We startten met een inspirerend voorprogramma waarin Robert Bakker (Miele) en Joffrey Walonker (Royal Dutch) vertelden over het toenemende belang van merkbeleving. Hoe breng je in deze snelle digitale wereld de waarden van je merk nou het beste over op je doelgroep? Ze gaven hun visie op het heden en de toekomst waarbij ze geloven in de meerwaarde van het zintuiglijke voelen, proeven, ruiken en horen. Mensen willen weer weten waar hun product vandaan komt, hoe het aanvoelt, wat voor geluid het maakt en wat je er allemaal mee kan doen. De werkelijke beleving van een merk wordt steeds essentiëler. Dit onderwerp bleek vervolgens een mooie brug naar de twee uur durende presentatie “New Materialism’ van Lidewij Edelkoort.

Volgens de meest bekende trendwatcher van de wereld zal de behoefte aan tastbare materie weer steeds belangrijker worden. De trend voor het interieur vanaf 2016 zijn ‘embryonic’ van aard, voornamelijk organische vrouwelijke volumes. Het materiaal hoeft niet meer perfect te zijn, het mag uniek zijn, gezien, geroken en gevoeld worden. Dit als tegenhanger van de idealisatie, waarin materialen geforceerd machinaal anders gemaakt worden. We hebben tijden achter de rug waarin alles ging om snelheid, hoeveelheid en perfectie, maar men wil weer op een schone, verantwoorde, menselijke en eerlijke manier gaan produceren en consumeren. Zoals in de voedselbranche al te zien is stellen steeds meer mensen zich de vraag waar hun eten vandaan komt, hoe het gemaakt is en of dit op een weloverwogen manier gebeurt. Door bewust te kijken naar onze manier van consumeren gaan we niet meer voor massa maar juist voor een uniek product.

Lidewij benadrukt hierbij wel dat we de machine niet moeten zien als vijand voor creatie maar als hulpmiddel. Oude- en nieuwe machines worden een verlenging van de hand. De interactie tussen mens en machine laat ons weer nieuwe combinaties en vormen ontdekken!

Super inspirerend allemaal!

Hilde’s huis

Het leukste aan mijn vak als interieurarchitect is dat ik bij veel mensen binnen kom. Verschillen in leefstijlen, architectuur en woonwensen. Ik krijg vaak de vraag: ‘hoe woon jij zelf dan eigenlijk?’.

Een kijkje in de keuken van Pieter, Cato, Jan en mij.

We woonden tot voor kort in een monumentale kerkwoning uit 1884 met ons gezin op 75 vierkante meter in de leukste buurt van Utrecht, de Watervogelenbuurt. Een buurt met een rauw randje, veel creativiteit en mix van bewoners. Op een hof dat in de zomer op een camping lijkt, gemoedelijk, vertrouwd en sociaal.

10 Jaar lang hebben wij hier met veel plezier gewoond! Het huis werd te klein, daarnaast kregen we meer behoefte aan privacy en rust. Het huis was maximaal verbouwd tot wat het nu is, meer ruimte konden we niet maken.

Een overtuigende stap maken binnen Utrecht Oost liep al snel uit tot een teleurstelling. Te duur, te minimale verbeteringen of teveel kapers op de kust. Ik hou van Utrecht Oost, ik hou van deze stad. Realiteit is wel dat we voor onze woonwensen Utrecht moesten gaan verlaten.

Inmiddels zijn we verhuisd naar Bunnik. We hebben een bungalow gekocht die we in 10 weken tijd volledig verbouwd hebben tot ons droomhuis. Veel licht, ruimte, bijzondere architectuur, een tuin, klusruimte voor Pieter en een grote open woonkamer en keuken.

Een plek waar de wensen van ons hele gezin tot zijn recht komen.

Binnenkort foto’s van het eindresultaat op onze website.